Turbo

Je bent hier:
< Terug

Beleggen in turbo’s. Wat een flitsende naam, toch? Maar let er toch maar mee op, want het kan inderdaad razendsnel bewegen… in beide richtingen. 

Met een turbo kan u via een hefboom inspelen op een onderliggende waarde. Dat kan een aandeel zijn maar ook een index, een muntpaar, een grondstof, … U kan kiezen voor een turbo long of een turbo short. Met die eerste speelt u in op een stijging van de onderliggende activa, met een shortproduct probeert u te profiteren van potentiële koersdalingen. 

De uitgevende financiële instelling, doorgaans grote bankgroepen, financieren een deel van de onderliggende waarde, het deel daarboven wordt door de belegger ingelegd en vormt de waarde van het afgeleide product. Op de financiering door de uitgever wordt een rente gehoffen die telkens wordt ingerekend in dat financieringsniveau. Die laatste gaat dus doorheen de tijd iets hoger en ‘knaagt’ aan de waarde van de turbo. 

De stijging of daling van de onderliggende waarde wordt volledig ingerekend in de waarde van die turbo. Procentueel zijn de bewegingen voor het afgeleid product dus veel belangrijker dan voor de onderliggende waarde. Hoe hoger het financieringsniveau, hoe hoger ook de hefboom. 

Om haar eigen inbreng veilig te stellen zal de financiële instelling echter steeds een stop-loss niveau inleggen, minimaal gelijk aan het financieringsniveau, maar vak met wat marge. Als de onderliggende waarde dit peil bereikt houdt het product op te bestaan. 

Naast turbo’s zijn er ook zogenaamde speeders, boosters, sprinters, … Dit zijn eigenlijk gelijkaardige producten maar merknamen van verschillende bankgroepen. 

Een voorbeeldje. Aandeel X noteert aan 30 euro. De bank geeft een turbo long uit met financieringsniveau op 20 euro. Voor de eenvoud zetten we de stop-loss op hetzelfde niveau. Als het aandeel 33,3 procent stijgt, naar 40 euro, stijgt de turbo maar liefst 100 procent, van 10 tot 20 euro. Driedubbel zoveel dus, of een hefboom van 3. Indien het aandeel echter 10 euro daalt bereikt de turbo het stop-lossniveau. De bank verkoopt en de belegger neemt een onherroepelijk verlies van 100 procent. Hou dus rekening met dit extra risico boven de gangbare risico’s van kapitaalverlies bij het beleggen.